/images/1831/original/

Waarom Google niet langer vanzelfsprekend de voordeur is

Over AI-agents, veranderend zoekgedrag en zichtbaarheid in een AI-tijdperk.

De manier waarop internationaal wetenschappelijk talent zich oriënteert op nieuwe carrièrestappen verandert.

Jarenlang verliep online oriëntatie relatief voorspelbaar. Een kandidaat zocht via Google naar een PhD, postdoc of tenure track positie, bezocht een vacatureplatform of werkenbij-site en solliciteerde vervolgens rechtstreeks bij een instelling.

Oriëntatie via AI

Steeds vaker verloopt die eerste oriëntatie inmiddels via AI-assistenten zoals ChatGPT, Gemini, Claude en Perplexity.

Dat is relevant voor de academische arbeidsmarkt, omdat wetenschappers doorgaans niet breed zoeken naar “een baan”, maar naar een specifieke combinatie van onderzoeksgebied, loopbaanfase, type instelling, onderzoeksomgeving, contractvorm en land. Juist dat soort complexe vragen sluiten goed aan op de manier waarop AI-assistenten informatie interpreteren, filteren en samenvatten.

Van zoekwoorden naar volledige vragen

Waar kandidaten vroeger vooral zochten via losse zoekwoorden, stellen zij nu steeds vaker volledige vragen:
“Welke tenure track posities in computational biology in Nederland passen bij mijn profiel?”
of:
“Welke universiteiten in Europa combineren AI-onderzoek met medische toepassingen?”

Daarmee verschuift ook de manier waarop vacatures zichtbaar worden.

Een traditionele zoekmachine verwees bezoekers vooral door naar websites. AI-assistenten proberen informatie steeds vaker direct te interpreteren, samen te vatten en te presenteren. Dat betekent dat vacatureplatformen en werkenbij-sites in toenemende mate niet alleen bestemmingen zijn voor bezoekers, maar ook databronnen voor AI-systemen.

Wetenschappelijke arbeidsmarkt geschikt voor AI oriëntatie

Voor de wetenschappelijke arbeidsmarkt is dat een interessante ontwikkeling. Wetenschappers oriënteren zich internationaal, vergelijken instellingen inhoudelijk en nemen carrièrebeslissingen vaak op basis van een combinatie van reputatie, onderzoekslijnen, faciliteiten, internationale context en loopbaanperspectief. Dat maakt deze markt relatief geschikt voor AI-gedreven zoek- en oriëntatiegedrag.

Vindbaarheid verandert

Tegelijkertijd verandert ook de betekenis van “vindbaarheid”.

In een klassiek zoeklandschap draaide zichtbaarheid vooral om pagina’s, zoekwoorden en posities in Google. In een AI-gedreven landschap worden andere factoren belangrijker:
is informatie actueel, betrouwbaar, goed gestructureerd, volledig en machine-leesbaar?

Voor individuele vacatures lijkt dat misschien technisch, maar voor kennisinstellingen en sectorale platformen heeft het strategische gevolgen.

Kwaliteit informatie-infrastructuur

De Nederlandse kennissector heeft internationaal een sterke reputatie opgebouwd. Tegelijkertijd wordt de concurrentie om wetenschappelijk talent internationaler en digitaler. Juist in zo’n omgeving wordt de kwaliteit van de onderliggende informatie-infrastructuur belangrijker.

Niet alleen de zichtbaarheid van vacatures zelf, maar ook de manier waarop systemen onderzoeksgebieden, functieniveaus, disciplines en kandidaatprofielen kunnen interpreteren. Daar lijkt een bredere verschuiving onder te liggen; van “online publiceren” naar “digitaal begrepen worden”.

Voor kennisinstellingen roept dat nieuwe vragen op. Niet alleen:
“Hoe goed zijn wij vindbaar in Google?”
maar ook:
“Is onze vacature-informatie begrijpelijk, betrouwbaar en toegankelijk voor de digitale systemen die kandidaten gebruiken?”

Dat geldt niet alleen voor AI-assistenten van vandaag, maar waarschijnlijk ook voor toekomstige AI-agents die namens kandidaten actief zoeken, vergelijken en selecteren.

Traditionele kanalen blijven belangrijk

Tegelijkertijd betekent dit niet dat traditionele kanalen verdwijnen. Google, LinkedIn, e-mailalerts en directe bezoeken blijven belangrijk. De ontwikkeling lijkt vooral dat er een nieuw oriëntatiekanaal naast komt.

Juist daarom wordt het belangrijk dat wetenschappelijke vacatures niet alleen zichtbaar zijn voor mensen, maar ook goed interpreteerbaar blijven voor de systemen die hen helpen zoeken.

Daar ligt mogelijk ook een nieuwe betekenis van gezamenlijke infrastructuur. Individuele instellingen kunnen hun eigen werkenbij-sites optimaliseren, maar de wetenschappelijke arbeidsmarkt vraagt daarnaast om betrouwbare, consistente en inhoudelijk sterke bronnen die internationaal herkenbaar zijn.

De vraag is daarom waarschijnlijk niet óf de digitale voordeur verandert, maar hoe de Nederlandse kennissector ervoor zorgt dat internationaal wetenschappelijk talent Nederland daarin zichtbaar blijft vinden.

Terug